Tijd is in mijn ogen een vreemd en eigenaardig begrip. Het is ongrijpbaar, en als rasechte Indo ben ik me daar enkel volledig van bewust als ik weer eens traditiegetrouw te laat kom. Het wordt verspild, verwaarloosd, en vaak tevergeefs geprobeerd terug te draaien. De klokslagen der tijd hebben centennium doorstaan, overgoten van diepgaand leed en geluk. Het is slechts toeschouwer geweest van leven en de dood. Het is oneindig. Maar leven is nimmer eeuwig.

Seks, drugs, tatoeages en party’en tot aan Bijbelse proporties; dat vreest het ideaal te worden voor onze zorgvuldig opgevoede bamiblokjes. Stommiteiten worden gerechtvaardigd onder het mom van ‘Carpe Diem’. Uiteraard dienen slechte beslissingen voor sensationele verhalen. De hedendaagse jeugdknapen meten de levenskwaliteit af aan zaken die enkel doelloos de tijd doden.  Als je dat relativeert vanuit een individueel perspectief kan dit zeer gemakkelijk geridiculiseerd worden. Maar in sociale groepen, is het de regel. De levensdagen worden ingekleurd met sporen van alcohol en slapeloze nachten, verzacht door een dwaze kater. En tijd sijpelt als zand door weerloze handen van de stervelingen. Wanneer is er licht aan het einde van de straalbezopen tunnel?

Ik houd van bomen. Hoe oud je ook bent, het is één van de weinige dingen in het leven dat consistent blijft. En in dat gegeven heb ik onvoorwaardelijk vertrouwen. Hieronder schuil ik als klein meisje in de regen en door nieuwsgierige ogen kijk ik omhoog. Eeuwenoude bomen die hoog naar de hemel reiken stromen mijn bewustzijn binnen en ik bid, smeek om een leven gehuld in dromen gemêleerd  in dromen. En jaren later ondervind ik dat hetzelfde beeld me intrigeert op exact dezelfde wijze. Onder bomen, die stil in een waas van druppels aanschouwen hoe de wereld zich voortbeweegt, lig ik in gedachten. Als je zou kunnen portretteren hoe men de verhouding tussen tijd en betekenis aan die tijd handhaaft, zou de mensheid dan nog hetzelfde zijn? Mijn zicht vertroebelt nu bladeren neerdalen op grond vol zonden.

Men spreekt over tijd doden… Terwijl de tijd langzaam ons doodt. Als slaven van sterfelijkheid zijn wij als mensheid onderdanig aan ons ter dood opgeschreven lot. Misschien eindigt het leven morgen. Wellicht wel vandaag. En wie weet zal ooit de dag aanbreken dat herinneringen zich als hersenschimmen nagelen in je geheugen en de puzzelstukjes van een ooit gekoesterd leven je omringen als vreemdelingen. Ouderdom zal ons op den duur beroven van onze verstandsbezinning. Tussen vergeet-me-nietjes bestudeer ik de rimpels die secuur zijn uitgelijnd langs de kuiltjes van mijn glimlach. Wij zijn het leven geboorte en sterven verschuldigd, en dat maakt elke seconde ertussenin van infinitieve waarde. Geen grijze haar op m’n hoofd die daar ooit aan zal twijfelen.

 Geschreven door Tessa Vijlbrief

GEEN REACTIES